Ford into Food. Learning from Detroit.

Ford into Food. Learning from Detroit.

Last week I visited the ‘Food and the City’-event in C-mine. Belgian artist Koen Vanmechelen invited three forerunning citizens of US city Detroit and our local mayor Wim Dries to debate about the specific role of food in establishing local sustainable economies. Interesting! (You can read the text in Dutch below / De tekst in het Nederlands kan je onderaan vinden).

Let us first introduce the speakers. Koen Vanmechelen is a Belgian artist who’s work is crossing art with (bio-)sciences and nature with culture. His most famous work is the ‘Cosmopolitan Chicken Project’ for which he has been crossbreeding chickens for many years. Next year Vanmechelen will open an enormous studio and animal farm in the former zoo complex of Waterschei in Genk. The speakers coming from Detroit were Dan Carmody (director of Detroit’s Eastern Market), Kathryn Underwood (strategic planner for the city council) and Gary Wasserman (gallery owner & local entrepreneur). While Carmody and Underwood both are very involved in establishing local food production systems in Detroit, Gary Wasserman represented a Detroit art gallery (that will be exhibiting Vanmechelen’s work in 2016) with strong connections to the local community and economy.

20151208_184625_resizedApart from the difference in scale, it’s not that hard to spot similarities between Detroit and Genk. Mid 20th century both cities had risen in territory, population, employment and wealth due to the booming manufacturing industry (although Genk ‘exploded’ decades earlier due to mining). In both cities motor company Ford was the biggest employer (the biggest US factory was located in Detroit, the biggest EU factory was in Genk). After this success both cities went through a downfall, forcing the local citizens and councils to implement new ideas during the past decade(s).

For this post the lectures of Dan Carmody and Kathryn Underwood are very interesting. They underlined the important role food production by local citizens played in reviving poor Detroit. In the past decade a lot of effort was put into establishing a new, relatively small-scaled and sustainble economy grown out of these food producing initiatives. It started after hundreds of thousands of people escaped the city and lots of districs got abandoned.

The people that stayed in the city started gardering in the open and abandoned spaces. In this way people started to meet eachother (great for community building), began to meet its own requirements (great way to get food on the table) and started to think about & reconnect with nature and food in a different way (where does it come from, what’s healthy food, how about the ecological impact,…).

The challange for both Carmody and Underwood was/is to bring these initiatives to another level, in terms of numbers of participants and in terms of marketing (to make it also financially profitable for the participants). Ofcourse, to turn these communal initiatives into real local economies Detroit had to arrange a legal and logistic framework. Legally, it became possible to make in income this way. The city council made it possible for local citizens to put up a stand at the local market. Also, in creating new marketspaces all over the districts, these products became very accesible (given the issue of terrible public transport). Next to this, local restaurants and shopping malls also started to implement these freshly grown products, together with promotional campaigns. I think these efforts are an important example of how to make the switch to a viable sustainble economy based upon local enthousiasm and needs.

In the next blogpost I will be writing about ‘De Tuin van Betty’, a communal gardening initiative in Genk that I will be visiting. Very curious for comparisons & parallels!

 

 

 

Vorige week bezocht ik ‘Food and the City’, een evement in de C-mine Crib. De Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen nodigde drie gasten uit Detroit en burgermeester Wim Dries uit om te debateren over de specifieke rol die voeding speelde in het uitbouwen van een lokale en duurzame economie. Interessant!

Laten we eerste de sprekers kort even overlopen. Koen Vanmechelen is een Belgische artiest wiens werk de brug maakt tussen natuur, cultuur, kunst en wetenschap. Zijn bekendste werk is het ‘Cosmopolitan Chicken Project’. Volgend jaar zal Vanmechelen een enorme studio en dierenpark openen op de voormalige site van de zoo van Waterschei. De sprekers uit Detroit waren Dan Carmody (directeur van de Eastern Market), Kathryn Underwood (strategisch planner bij de stad Detroit) en Garry Wasserman (gallerist en lokale ondernemer). Terwijl Carmody en Underwood sterk betrokken zijn bij het opzetten van lokale voedselsystemen heeft Garry Wasserman met zijn galerij (waarin Vanmechelen in 2016 zal exposeren) ook een uitgebreid netwerk binnen de lokale gemeenschap en economie.

Het is natuurlijk niet bijzonder moeilijk om gelijkenissen tussen Detroit en Genk te vinden. In het midden van de 20e eeuw groeiden beide steden aanzienlijk wat betreft territorium, populatie, economie en tewerkstelling (hoewel Genk enkele decennia eerder al ‘ontplofte’ als gevolg van de mijnindustrie). In beide steden was autobouwer Ford bovendien de grootste werkgever. Na dit succes van de maakindustrie kregen beide steden te maken met een neerwaarste spiraal die de lokale besturen dwong om in te zetten op nieuwe ideeën.

Voor deze post zijn vooral de lezingen van Carmody en Underwood interessant. Zij onderstreepten de belangrijke rol die voedselproductie door lokale burgers speelde in de heropleving van het arme Detroit. In het voorbije decennium stak men dan ook veel energie in het tot stand brengen van een nieuwe, relatief kleinschalige en duurzame lokale economie, gebaseerd op die initiatieven. Dit verhaal startte nadat honderduizenden inwoners de stad ontvluchten toen de economische miserie van wal stak. De overblijvers gingen de traditie van tuinieren heropnemen, en dit op de open/ vervallen plekken in de stad. Op deze manier kwamen mensen met elkaar in contact (goed voor het gemeenschapsgevoel), gingen ze in eigen behoeften voorzien (tuinieren was een goedkope manier om ‘brood’ op de plank te krijgen), en ging men op een ander manier nadenken over voedsel (waar komt het vandaan? Wat is gezonde voeding? Wat is de ecologische impact?). Dé uitdaging voor Carmody en Underwood was echter om deze lokale initieven naar een hoger niveau te tillen, zowel in termen van deelnemers als in termen van marketing (een markt creëren, omgaan met ‘vraag’, het op de markt brengen etc.). Een echte lokale economie vereiste dus een legaal en logistiek raamwerk van de stad Detroit. Daarom ging men het voor stedelingen legaal maken om met de producten (gedeeltelijk) een inkomen te verdienen. Daarnaast ging men standplaatsen voorzien op de bestaande markten én ging men tientallen nieuwe markten creëeren. Op die manier werden de lokaal geproduceerde producten zeer bereikbaar. Tot slot gingen ook restaurants en supermarkten de producten opnemen in hun gamma, begeleid door een promotiecampagne). Ik denk dat deze inspanningen een mooi voorbeeld zijn van de noodzakelijke voorwaarden/inspanningen die nodig zijn om een echte economie te creëren.

Photo credit: Art Philippeth

 

 

Next Post:
Previous Post:
This article was written by

I'm Art, born, raised and living in Genk, Belgium. This beautiful multicultural city, built on coal mining and a heavy assemblage and chemical industry currently is switching to a flemish hotspot for sustainable innovation. The goal of this blog is to give you an insider's view about local sustainability initiatives.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

CAPTCHA Image

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>